LAAG 2

Welkom bij Stichting Pensioenfonds TDV (TDV)! U bouwt vanaf uw indiensttreding verplicht pensioen bij ons op. Dit doet u via uw werkgever. Elke werkgever heeft zijn eigen regeling. In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Dat is belangrijk om te weten, bijvoorbeeld als u van baan verandert. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl en op uw jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht. Hoe wij omgaan met maatschappelijk verantwoord beleggen, leest u in ons beleggingsbeleid op www.sptdv.nl.

Wat vindt u in laag 1, 2 en 3?

Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. Dit is laag 2. In deze tweede laag is alle informatie uit laag 1 uitgebreider beschreven. In laag 1 leest u in het kort de belangrijkste informatie over uw pensioenregeling. Laag 1 ontvangt u van ons als uw werkgever u aanmeldt bij TDV. Tot slot vindt u in laag 3 juridische en beleidsmatige informatie van TDV. U kunt laag 1 en 3 vinden op www.sptdv.nl of bij ons opvragen.

 

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Ouderdomspensioen

Via uw werkgever neemt u deel in de pensioenregeling van Stichting Pensioenfonds TDV en bouwt u ouderdomspensioen op. Dat ouderdomspensioen ontvangt u als u 67 jaar wordt. Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt.

Hoeveel pensioen u straks van ons ontvangt is vooral afhankelijk van de hoogte van het salaris dat u heeft verdiend, de inhoud van de pensioenregeling waaraan u deelneemt en het aantal jaren dat u deelneemt. Het ouderdomspensioen wordt vanaf uw 67-jarige leeftijd maandelijks uitbetaald, zolang u leeft. De hoogte van het ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Onze pensioenregeling is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouwt u pensioen op over een deel van het brutoloon (tot € 110.111,=) dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele brutoloon pensioen op. Over een eventuele ploegentoeslag, de vaste jaarlijkse winstuitkering, bonussen en oververdiensten bouwt u geen pensioen op. Daarnaast houden wij al rekening met de AOW, die u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. Dit deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’ (drempelbedrag). Over het brutoloon (tot € 110.111,=) exclusief eventuele ploegentoeslag, de vaste jaarlijkse winstuitkering, bonussen en oververdiensten minus de franchise, dit noemen wij de ‘pensioengrondslag’, bouwt u jaarlijks 1,76% aan ouderdomspensioen op.

Stel: u verdient € 35.000,= per jaar. De franchise is € 14.167,=. U bouwt in dat jaar 1,76% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van € 20.833,=. Dat is € 366,66 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering jaarlijks ontvangt, is een optelsom van alle jaren plus de eventuele indexatie.

Partner- en wezenpensioen

Naast uw ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen en wezenpensioen op. Als u komt te overlijden, heeft uw partner recht op een partnerpensioen en uw kinderen krijgen een wezenpensioen.

Het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot pensionering bij Stichting Pensioenfonds TDV pensioen zou opbouwen. Bij overlijden na pensionering krijgt uw partner ook 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen.

De hoogte van het wezenpensioen is 14% van het ouderdomspensioen. Elk kind krijgt dit tot hij of zij 18 jaar is. Zolang het kind op school zit of studeert, krijgt het kind wezenpensioen uiterlijk tot hij of zij 27 jaar is. Het wezenpensioen wordt verdubbeld als het kind ouderloos wordt.

De hoogte van het partnerpensioen en van het wezenpensioen staat vermeld op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl.

Premievrije voortzetting van uw pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid

Als u voor 35% of meer arbeidsongeschikt bent, heeft u recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw, zonder dat u daar zelf (gedeeltelijk) nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Dit kunt u zien in onderstaande tabel.

Mate van arbeidsongeschiktheid Mate van premievrije pensioenopbouw
0-35% 0%
35-45% 28%
45-55% 35%
55-65% 42%
65-80% 50,75%
80% of meer 70%

 

Pensioenreglement

Wilt u precies weten wat onze pensioenregeling u biedt? Leest u dan het pensioenreglement. U kunt het pensioenreglement vinden in laag 3 of bij ons opvragen.

Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet?

 

Er is geen arbeidsongeschiktheidspensioen

Uw pensioenregeling voorziet niet in een arbeidsongeschiktheidspensioen. Als u arbeidsongeschikt wordt, is er dus in aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering (IVA/WIA) geen recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen.

Hoe bouwt u pensioen op?

 

A. AOW (de Algemene Ouderdomswet): dit pensioen krijgt u van de overheid

De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid. U bouwt in 50 jaar AOW op. U bouwt alleen AOW op als u in Nederland woont en/of werkt. Op welke leeftijd u AOW krijgt, hangt af van uw geboortedatum. De AOW-leeftijd stijgt namelijk de komende jaren. Ook de hoogte is niet voor iedereen gelijk. De AOW-bedragen worden ieder jaar aangepast. Informatie over de AOW en uw AOW-leeftijd vindt u op www.svb.nl.

Let op: heeft u niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan uw AOW lager uitvallen.

B. Het pensioen dat u via uw werk opbouwt

Hoeveel pensioen u opbouwt via de regeling van uw werkgever, ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Dit krijgt u ieder jaar van ons. Wilt u een overzicht van de pensioenen die u bij andere werkgevers heeft opgebouwd? Kijk dan op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

C. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt

U kunt zelf een aanvulling regelen op uw AOW en het pensioen dat u opbouwt via uw werkgever. Er zijn verschillende manieren om uw pensioen aan te vullen. Bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering – zoals een lijfrente – af te sluiten. Of u dat nodig vindt, hangt af van uw financiële en persoonlijke situatie. Een financieel adviseur kan u helpen bij het maken van keuzes. U kunt ook kijken naar de pensioenschijf van vijf op de website van het Nibud www.nibud.nl.

Bij ons kunt u vrijwillig een extra tijdelijk partnerpensioen en wezenpensioen verzekeren. Kijk onder ‘Welke keuzes heeft u zelf?’ voor meer informatie.

 

U bouwt pensioen op in een middelloonregeling

Ieder jaar bouwt u pensioen op over een deel van het brutoloon (tot € 110.111,=) dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele brutoloon pensioen op. Over een eventuele ploegentoeslag, de vaste jaarlijkse winstuitkering, bonussen en oververdiensten bouwt u geen pensioen op. Daarnaast houdt Stichting Pensioenfonds TDV al rekening met de AOW, die u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. Dit deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’ (drempelbedrag).

Over uw brutoloon (tot € 110.111,=) exclusief eventuele ploegentoeslag, de vaste jaarlijkse winstuitkering, bonussen en oververdiensten minus de franchise bouwt u jaarlijks 1,76% aan pensioen op. Het totale pensioen dat u zo opbouwt, is de optelsom van al die jaren plus de eventuele indexatie. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u dit pensioenbedrag elke maand zo lang u leeft. Dit heet een middelloonregeling.

 

Opbouwpercentage

U bouwt niet over uw hele brutoloon (tot € 110.111,=) pensioen op. Over een eventuele ploegentoeslag, de vaste jaarlijkse winstuitkering, bonussen en oververdiensten bouwt u geen pensioen op. Daarnaast houdt Stichting Pensioenfonds TDV al rekening met de AOW, die u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. Dit deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’ (drempelbedrag). Over uw brutoloon (tot € 110.111,=) exclusief eventuele ploegentoeslag, de vaste jaarlijkse winstuitkering, bonussen en oververdiensten minus de franchise, dit noemen wij de ‘pensioengrondslag’, bouwt u jaarlijks 1,76% aan pensioen op.

Stel: u verdient € 35.000,= per jaar. De franchise is € 14.167,=. U bouwt in dat jaar 1,76% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van € 20.833,=. Dat is € 366,66 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering jaarlijks ontvangt, is een optelsom van alle jaren plus de eventuele indexatie.

 

U en uw werkgever betalen beiden voor uw pensioen

U en uw werkgever betalen beide pensioenpremie. In 2020 is de premie 32,30% van uw pensioengrondslag. U betaalt maximaal 50% van de premie en uw werkgever betaalt de rest.

Bij Stichting Pensioenfonds TDV (TDV) betaalt u nooit meer dan u bij het bedrijfstakpensioenfonds, het Pensioenfonds van de Metalektro (PME), zou betalen. Bij het PME is het premiepercentage in 2020 lager, 21,78% ten opzichte van 32,30% bij TDV. Daarnaast is de franchise bij het PME hoger, € 14.554,= ten opzichte van € 14.167,= bij TDV. Als gevolg hiervan neemt uw werkgever in 2020 uiteindelijk meer dan 50% van de premie voor zijn rekening.

In feite is de premie de prijs van uw pensioen. Uw werkgever betaalt elk kwartaal de pensioenpremie aan TDV. Uw deel van de pensioenpremie houdt uw werkgever maandelijks in op uw brutoloon. Het exacte bedrag staat op uw loonstrook. De premie die de werkgever betaalt staat niet op uw loonstrook.

Welke keuzes heeft u zelf?

 

Waardeoverdracht

Verandert u van baan en gaat u daardoor naar een andere pensioenregeling? De hoogte van uw opgebouwd pensioen per jaar bepaalt wat er met uw pensioen gebeurt.

Is uw opgebouwd pensioen hoger dan € 497,27 bruto per jaar, dan beslist u zelf of u uw pensioen meeneemt. Dit kan bijvoorbeeld gunstig zijn als uw nieuwe werkgever een betere pensioenregeling heeft. Of misschien wilt u alle pensioenen bij één uitvoerder hebben. Laat uw nieuwe pensioenuitvoerder dan weten dat u uw pensioen wilt meenemen. Het meenemen van uw pensioen regelt u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Wilt u uw pensioen niet meenemen? Dan blijft uw pensioen bij Stichting Pensioenfonds TDV (TDV) staan. Wilt u hulp bij het maken van uw keuze? Wij helpen u graag.

Is uw opgebouwd pensioen minder dan € 497,27 bruto per jaar en hoger dan € 2,= bruto per jaar, dan zorgt TDV er automatisch voor dat uw pensioen meegaat naar uw nieuwe pensioenuitvoerder, als u na 1 januari 2018 uit dienst bent gegaan. TDV checkt daarom jaarlijks bij www.mijnpensioenoverzicht.nl of u pensioen opbouwt bij een nieuwe pensioenuitvoerder. Heeft u geen nieuwe pensioenuitvoerder dan blijft uw pensioen bij TDV.

Stopte uw pensioenopbouw na 2018 en is uw opgebouwd pensioen lager dan € 2,= bruto per jaar, dan komt uw pensioen te vervallen. Dat is wettelijk zo bepaald. Voordat TDV uw pensioen laat vervallen, zal TDV u een aanbod tot afkoop doen. Indien u niet binnen 3 maanden op dit aanbod reageert, komt uw pensioen alsnog te vervallen.

 

Pensioenregelingen vergelijken

Wilt u uw pensioenregeling vergelijken? Klik dan hier voor de pensioenvergelijker.

 

Vrijwillig aanvullend verzekeren

Vrijwillige Ploegentoeslagverzekering

Indien u in regelmatige ploegendienst werkzaam bent, is het bij Stichting Pensioenfonds TDV (TDV) mogelijk om een extra tijdelijk partnerpensioen en wezenpensioen te verzekeren.

Aangezien bij uw verplichte pensioenopbouw géén rekening wordt gehouden met de ploegentoeslag, is hiermee bij het bepalen van het reguliere partnerpensioen en wezenpensioen geen rekening gehouden. Dit heeft tot gevolg dat het partnerpensioen en wezenpensioen zijn gebaseerd op het brutoloon exclusief de ploegentoeslag.

De Vrijwillige Ploegentoeslagverzekering voorziet daarom in een extra tijdelijk partnerpensioen ter grootte van 49% van de ploegentoeslag (inclusief vakantietoeslag) zoals die gold over de maand december van het jaar voorafgaand aan het jaar van overlijden.

Deze tijdelijke uitkering wordt in geval van uw overlijden aan uw partner uitgekeerd tot de eerste van de maand waarin u de voor u geldende AOW-leeftijd zou hebben bereikt. Uw kinderen zijn in geval van uw overlijden daarnaast tot hun 18de verjaardag, of tot uiterlijk hun 27ste als ze nog op school zitten of studeren, verzekerd van een wezenpensioen ter grootte van 20% van het hierboven genoemde partnerpensioen. Dit wordt verdubbeld als het kind ouderloos is.

Omdat de Vrijwillige Ploegentoeslagverzekering een zogenaamde risicoverzekering is, wordt er geen partnerpensioen en wezenpensioen opgebouwd. Dit houdt in dat na de beëindiging van de Vrijwillige Ploegentoeslagverzekering, omdat u bijvoorbeeld geen ploegentoeslag meer ontvangt, er geen recht meer op een extra tijdelijk partnerpensioen en wezenpensioen bestaat als u komt te overlijden.

Deelname aan de verzekering is vrijwillig en begint uitsluitend op 1 januari volgend op de datum waarop u ploegenwerker bent geworden, gehuwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan, dan wel  bent gaan samenwonen. Indien u zich niet aanmeldt op de momenten dat dit mogelijk is, kunt u zich nadien niet meer verzekeren.

In 2020 bedraagt de extra maandelijkse pensioenpremie voor de Vrijwillige Ploegentoeslagverzekering 0,8% van de laatstgenoten ploegentoeslag in de maand december. U betaalt 50% van de premie en uw werkgever betaalt 50%. In feite is de premie de prijs van dit pensioen. Uw werkgever betaalt elk kwartaal de pensioenpremie aan TDV. Uw deel van de pensioenpremie houdt uw werkgever maandelijks in op uw brutoloon. Het exacte bedrag staat op uw loonstrook. De premie die de werkgever betaalt staat niet op uw loonstrook.

Als u meer informatie wilt over de Vrijwillige Ploegentoeslagverzekering, dan kunt u terecht bij uw werkgever. Via uw werkgever kunt u zich ook aanmelden. Meer informatie is te vinden op www.sptdv.nl.

 

Ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen

Als u met pensioen gaat of eerder uw werkgever verlaat, en er is geen of te weinig partnerpensioen voor uw partner wanneer u overlijdt, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen. U krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan wel een hoger pensioen van Stichting Pensioenfonds TDV als u komt te overlijden.

Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om wel of niet te ruilen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Meer informatie over het ruilen van pensioen is te vinden in het pensioenreglement.

 

Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen

Naast ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen op. Er kunnen redenen zijn waarom u het partnerpensioen wilt ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft uw partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner (meer).

Let op: dit is een eenmalige keuze op het moment van pensioneren! Als u eenmaal gekozen heeft om te ruilen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Als u wél een partner heeft moet hij/zij het wel eens zijn met deze keuze. Meer informatie over het ruilen van partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen is te vinden in het pensioenreglement.

 

Als u deels met pensioen gaat

In plaats van ineens met pensioen te gaan op uw 67-jarige leeftijd kunt u er ook voor kiezen om een deel van uw pensioen eerder in te laten gaan, dit noemen wij ‘deeltijdpensionering’. Dit kan vanaf 55 jaar. Dat betekent wel dat het deel van het ouderdomspensioen dat u eerder laat ingaan lager wordt. Deeltijd met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt gedeeltelijk en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. Voor het deel dat u doorwerkt bouwt u nog wel pensioen op. Kijk voor de voorwaarden voor deeltijdpensionering in het pensioenreglement.

 

Pensioen vervroegen of uitstellen

In plaats van met pensioen te gaan op uw 67-jarige leeftijd kunt u er voor kiezen om langer door te werken. Als u dat wilt, kan het uitbetalen van het ouderdomspensioen worden uitgesteld totdat u echt met pensioen gaat. Als u later met pensioen gaat, wordt uw opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. Kijk voor de voorwaarden voor het uitstellen van pensioen in het pensioenreglement.

U kunt er ook voor kiezen om uw pensioen eerder in te laten gaan dan op uw 67-jarige leeftijd. Dat betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW wellicht later ingaat dan uw vervroegde pensioen. Kijk op www.svb.nl om te zien wanneer uw AOW ingaat.

 

Beginnen met een hoger of lager pensioen

U kunt de keuze maken om eerst een paar jaar een hoger ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een lager ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment is uw ouderdomspensioen lager dan op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat.

U kunt ook de keuze maken om eerst een paar jaar een lager ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een hoger ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment heeft u bij deze keuze een hoger ouderdomspensioen dan op uw UPO staat.

Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u hier eenmaal voor gekozen heeft kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.

Hoe zeker is uw pensioen?

 

Welke risico’s zijn er?

De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. De risico’s leiden mogelijk tot een tekort.

Stichting Pensioenfonds TDV (TDV) probeert voorbereid te zijn op de risico’s die uw pensioen kunnen bedreigen. In het verleden is dat niet altijd goed gegaan. Bijvoorbeeld door de snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging was namelijk groter dan de stijging waarmee we rekening hebben gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. TDV moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.

De rentestand beïnvloedt de waarde van de pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld wij ‘in kas’ moeten hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duur.

Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgen wij ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden.

Er zijn nog meer risico’s waar wij rekening mee moet houden om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen. Wij moeten die risico’s dus letterlijk ‘managen’.

Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds is onder meer van belang bij besluiten van het bestuur die gaan over de hoogte van de premie en het verlenen van indexatie.

Ook is de beleidsdekkingsgraad een belangrijke graadmeter voor de vraag of het pensioenfonds genoodzaakt is de pensioenen te verlagen. Als de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds lager is dan 100% dan mag het pensioenfonds niet meewerken aan individuele waardeoverdrachten. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde over twaalf maanden. Kijk op www.sptdv.nl voor meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad.

 

Welvaartsvast pensioen

Normaal gesproken wordt geld ieder jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag in 2020 iets minder kopen dan in 2019. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege de inflatie probeert Stichting Pensioenfonds TDV uw opgebouwde pensioen jaarlijks te indexeren. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen jaarlijks wordt verhoogd aan de hand van de stijging van de lonen bij uw werkgever. Wij noemen dit een welvaartsvast pensioen. Het lukt niet altijd om de pensioenen te verhogen. Als het financieel tegenzit, kan het zo zijn dat wij niet of niet volledig kunnen indexeren. Dat betekent dan dat uw pensioen minder waard wordt. Als het daarna financieel meezit, kan het pensioen eventueel extra worden geïndexeerd om koopkracht te herstellen.

De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen als volgt geïndexeerd*:

  Indexatie Stijging van de lonen Stijging van de prijzen
per 1 januari 2020 0,71% 9,04% 2,63%
per 1 januari 2019 1,41% 0,00% 1,71%
per 1 januari 2018 0,50% 2,57% 1,38%
per 1 januari 2017 0,00% 3,38% 0,32%
per 1 januari 2016 0,00% 0,00% 0,65%
per 1 januari 2015 0,00% 1,86% 0,98%
per 1 januari 2014 1,25% 2,35% 2,51%
per 1 januari 2013 0,00% 2,11% 2,45%
per 1 januari 2012 0,00% 2,16% 2,34%
per 1 januari 2011 0,00% 1,66% 1,27%

 

* De cijfers over stijging van de lonen zijn gebaseerd op de algemene stijging van de lonen volgens de cao van de werkgever

 

Als er een tekort is

Het kan gebeuren dat Stichting Pensioenfonds TDV (TDV) ondanks alle voorzorgen toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. Uw pensioenfonds heeft de taak zo zorgvuldig mogelijk af te wegen wat de beste oplossing is: de premie verhogen, niet indexeren of de pensioenopbouw verlagen. Het bestuur kan ook kiezen voor een combinatie van maatregelen of nog andere keuzes maken. In het uiterste geval kunnen wij besluiten uw opgebouwde pensioen of pensioenuitkering te verlagen.

In de afgelopen jaren hebben wij de pensioenen niet verlaagd:

  Verlaging
per 1 januari 2020      n.v.t.
per 1 januari 2019      n.v.t.
per 1 januari 2018      n.v.t.
per 1 januari 2017      n.v.t.
per 1 januari 2016      n.v.t.

 

Meer informatie over hoe TDV er financieel voor staat, vindt u op www.sptdv.nl.

Welke kosten maken wij?

 

Stichting Pensioenfonds TDV maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daar vallen de kosten voor de uitbetaling van de pensioenen en de inning van de premies onder. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en verzenden van dit Pensioen 1-2-3 en het Uniform Pensioenoverzicht.

Daarnaast zijn er de kosten om het vermogen te beheren. Beleggen van het vermogen kost geld. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties.

In het jaarverslag vindt u een specificatie van de kosten die wij maken.

Wanneer moet u in actie komen?

 

Als u verandert van pensioenuitvoerder

Als u van baan verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat. De hoogte van uw opgebouwd pensioen per jaar bepaalt wat er met uw pensioen gebeurt.

Is uw opgebouwd pensioen hoger dan € 497,27 bruto per jaar, dan beslist u zelf of u uw pensioen meeneemt. Dit kan bijvoorbeeld gunstig zijn als uw nieuwe werkgever een betere pensioenregeling heeft. Of misschien wilt u alle pensioenen bij één uitvoerder hebben. Laat uw nieuwe pensioenuitvoerder dan weten dat u uw pensioen wilt meenemen. Het meenemen van uw pensioen regelt u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Wilt u uw pensioen niet meenemen? Dan blijft uw pensioen bij Stichting Pensioenfonds TDV (TDV) staan. Wilt u hulp bij het maken van uw keuze? Wij helpen u graag.

Is uw opgebouwd pensioen minder dan € 497,27 bruto per jaar en hoger dan € 2,= bruto per jaar, dan zorgt TDV er automatisch voor dat uw pensioen meegaat naar uw nieuwe pensioenuitvoerder, als u na 1 januari 2018 uit dienst bent gegaan. TDV checkt daarom jaarlijks bij www.mijnpensioenoverzicht.nl of u pensioen opbouwt bij een nieuwe pensioenuitvoerder. Heeft u geen nieuwe pensioenuitvoerder dan blijft uw pensioen bij TDV.

Stopte uw pensioenopbouw na 2018 en is uw opgebouwd pensioen lager dan € 2,= bruto per jaar, dan komt uw pensioen te vervallen. Dat is wettelijk zo bepaald. Voordat TDV uw pensioen laat vervallen, zal TDV u een aanbod tot afkoop doen. Indien u niet binnen 3 maanden op dit aanbod reageert, komt uw pensioen alsnog te vervallen.

 

Als u arbeidsongeschikt wordt

Als u voor 35% of meer arbeidsongeschikt wordt, heeft u recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf (gedeeltelijk) nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV.

 

Als u gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat

Trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan is voor uw pensioenregeling hetzelfde. U moet dan goed kijken of uw partner bij uw overlijden recht heeft op partnerpensioen. Vindt u dat het partnerpensioen niet goed genoeg geregeld is, zorg dan dat u iets extra’s regelt.

Let op: als u ongehuwd samenwoont, heeft uw partner niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen, bijvoorbeeld een notarieel samenlevingscontract hebben. Een kopie van dat contract moet worden opgestuurd naar uw pensioenfonds. Meer informatie hierover is te vinden in het pensioenreglement.

 

Als u gaat scheiden of het samenwonen of geregistreerd partnerschap beëindigt

Uw ex-partner heeft recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u opbouwde tijdens het huwelijk of de periode van het geregistreerd partnerschap. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant.

Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van het ouderdomspensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar het pensioenfonds op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken.

Let op: het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

Uw ex-partner heeft ook recht op het partnerpensioen dat u heeft opgebouwd tot de datum van echtscheiding of beëindiging geregistreerd partnerschap. Voor het recht op het partnerpensioen hoeft u niets te doen. Tenzij uw ex-partner afstand doet van het recht, dan moet u ons wel informeren.

Let op: ook ongehuwd samenwonenden kunnen recht hebben op het partnerpensioen.

Kijk voor meer informatie in het pensioenreglement.

 

Als u verhuist naar het buitenland

Meld dit aan uw pensioenfonds en bespreek wat de gevolgen zijn voor uw pensioen. Informatie over de gevolgen voor de AOW vraagt u aan bij de Sociale Verzekeringsbank. Of kijk op www.svb.nl.

Let op: ook als u binnen het buitenland verhuist, moet u ons daarover informeren.

 

Als u werkloos wordt

Als u werkloos wordt, stopt de pensioenopbouw. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw werkloosheid voor uw ouderdomspensioen en voor het partnerpensioen en wezenpensioen in kaart brengt.

 

Als u meer of minder gaat werken

Als u meer of minder gaat werken.

 

Als u verlof opneemt

Als u tussentijds verlof opneemt, bijvoorbeeld ouderschapsverlof of zwangerschapsverlof.

 

Mijnpensioenoverzicht.nl

Bekijk eens per jaar hoeveel pensioen u heeft opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

 

Als u gebruik wilt maken van een keuzemogelijkheid

De keuzemogelijkheden vindt u onder ‘Welke keuzes heeft u zelf?’.

Let op: een gemaakte keuze kan niet meer worden teruggedraaid. Laat u dus goed informeren voor u kiest.

 

Als u vragen heeft

Voor alle vragen over uw pensioenregeling kunt u contact opnemen met Stichting Pensioenfonds TDV, te bereiken via 0570-682116 of pensioenen@sptdv.nl, of kijkt u op www.sptdv.nl.